"De zomer van 2024 was zo’n moment dat Ajax eindelijk weer eens leek te gaan bouwen, met Menno Geelen als algemeen directeur en Alex Kroes en Marijn Beuker als architecten van het voetbalbeleid. Met Francesco Farioli werd een toptrainer binnengehaald, die direct resultaat bracht, spelers ontwikkelde en een topsportklimaat creëerde, waardoor Ajax tegen alle verwachtingen in zelfs nog bijna kampioen werd."
"Bij Farioli was de desillusie over het instituut Ajax al dusdanig gegroeid dat hij vóór de laatste wedstrijd, die nog gewoon een landstitel had kunnen opleveren, al besloot dat hij de club zou gaan verlaten. Een jaar lang was de Italiaan intern én extern bekritiseerd door nota bene zijn eigen collega’s of leidinggevenden, en in zijn drang om van Ajax weer een fatsoenlijke topclub te maken voelde Farioli zich op alle gebieden afgeremd. Tot op het punt dat de jonge trainer eigenlijk geen enkel scenario meer voor zich zag waarin hij met deze club succesvol kon zijn."
"Een groot deel van de verklaring kun je niet benoemen. Als ik begin over acht keer de paal raken in twee wedstrijden of tegengoals diep in blessuretijd, dan zegt men terecht dat je je op dit niveau niet kunt verschuilen achter pech. Er was ook sprake van vermoeidheid en de arrogantie die hoort bij een club als Ajax. Iedereen had het al over feesten, premies en huldigingen. Alleen ik herhaalde telkens dat het pas voorbij is als het echt voorbij is. Misschien heb ik het daardoor zelf wel een beetje over me afgeroepen."
"De cultuur van Ajax is een koude, geordende religie van positiespel. Ik heb daar een gevoel voor teamspirit en strijd aan toegevoegd. Ik ben niet bijgelovig, maar in die weken had ik misschien beter met hoefijzers en klavertjesvier rond kunnen lopen."