"Als ik hier door de Johan Cruijff Arena loop, zie ik overal foto's van mijn vader. Dat vind ik mooi. Hij let de hele dag op me, van vroeg tot laat. Zo zie ik het een beetje. Aan de andere kant: als zoon ben ik natuurlijk supertrots dat mijn vader zoiets kan bereiken. Dat hij bij twee clubs een stadion op zijn naam heeft (ook bij FC Barcelona, red.) en standbeelden heeft staan. Er zijn weinig mensen die dat voor elkaar krijgen."
"Ik denk dat ik vanaf een hele jonge leeftijd gelijk heb ingezien: he is immortal in de wereld van het voetbal. Dus mezelf vergelijken met mijn vader kan ik niet. Dat wil ik ook niet, want dan verlies ik toch altijd. Dus wat dat betreft heb ik er vrede mee. Het is niet iets wat me stress of druk oplevert. Het motiveert me en maakt me trots."
"Anders zou ik hier niet zitten. Bij Barcelona is het tien keer moeilijker en erger werken, in een groter land, dat emotioneler is bovendien. Dus als je dat al hebt meegemaakt, dan ben je er klaar voor. Ik hou van moeilijke landen. Ik weet niet waarom, maar het zit misschien in mijn karakter. Ik hou ook van moeilijke situaties."
"Ik kom en ik ga ervoor. Neem ik een foute beslissing, ben ik ook degene die zijn hand opsteekt en zegt: 'Jongens, ik heb een foute beslissing gemaakt'. Ik ga me niet verstoppen, achter niks. We doen het samen als team, maar uiteindelijk ben ik eindverantwoordelijk."